Op deze pagina moet een overzicht ontstaan met tips en trucs voor, en door, T3 bezitters. Het moet na verloop van tijd een leuk naslagwerk worden voor iedere T3 liefhebber. Natuurlijk is jouw hulp daarbij onmisbaar!!! Heb jij een goede tip, stuur deze dan naar Wellicht kun jij een mede T3 liefhebber zo weer een eindje verder op weg helpen en daar doen we het toch voor?
Deze pagina is met de grootst mogelijke zorg samengesteld maar de webmaster van deze site neemt geen verantwoording voor de volledigheid en juistheid van de informatie welke aangeboden wordt op deze pagina. Het navolgen de tips, welke op deze pagina worden aangeboden, gebeurt geheel op eigen risico.
Onderwerpen:
Bestaat er een vraagbaak voor de T3?
Brandgevaar bij benzinemotoren.
Gebruik van de koudestart-versneller bij dieselmotoren.
Waar zit het tankje voor de ruitesproeiervloeistof?.
Ontluchten van het koelsysteem.
Ontluchten van de hydraulische koppeling
Roest in de lasnaden behandelen.
Intervalstand op de ruitewissers.
Sierringen voor standaard stalen velgen.
De draadeinden achter zijn te kort voor LM velgen.
Specifieke tips voor campers:
Wat te doen met de accu tijdens de winter?
Watertanks.
Waterkraan met schakelcontact.
Bestaat er een vraagbaak voor de T3?
auteur: Theo Postma
In de meeste automaterialenzaken zijn er voor verschillende auto's in de regel ook zogenaamde vraagbaken te verkrijgen. Voor de VW bus bestaat zo'n vraagbaak echter niet. Wel bestaan er diverse technische boeken over de VW bus waarin wordt uitgelegd hoe de techniek van de VW bus in elkaar steekt, hoe kleine reparaties zelf uitgevoerd kunnen worden en wat er aan onderhoud gedaan kan worden.
Voorbeelden hiervan zijn de boeken 'Jetzt helfe ich mir selbst' en 'So wird's gemacht'. Deze series van boeken zijn allebei Duitse uitgaves en zijn voor de verschillende types T3 te verkrijgen.
Ook bestaan er een 'service and repair manual' van Haynes voor verschillende types VW bus. Deze boeken zijn verschenen in het Engels.
Brandgevaar bij benzinemotoren
auteur: L.P.V.M. van Rijn
Enkele opmerkingen over de benzinesystemen van de T2/T3:
Het is zinvol de originele benzineslangetjes, die met de katoenwinding er omheen, na ca 10 jaar en zeker na 15 jaar te vervangen. Houdt het voor de veiligheid op 10 jaar. Het is sowieso belangrijk elk jaar alle benzineslangen eens heel goed te bekijken, desnoods met een klein spiegeltje en een kleine zaklamp.
Het 'goede' van de katoenen slangetjes is dat je snel een lekje kan opsporen. Als je de slang heen en weer beweegt (buigt) zie je op de plaats van een klein lekje het slangetje donker worden door de uittredende benzine, die in het katoen trekt. Het is ook zinvol te kijken naar het begin en eind van zo'n slang, waar hij op een tubelure zit. Als het rubber daar al kleine scheurtjes vertoont, is de slang oud. Slangen met uitgerafelde katoenen windingen en diep ingescheurd rubber vind je nog wel eens op zeer moeilijk bereikbare plaatsen.
Zo'n plaats is de verbinding tussen de benzinepomp op het blok en de dwarsleiding tussen de carburateurs bij de T3 met het 2 liter blok. Dit korte stukje slang gaat van de pomp door het dwarse luchtschot op het blok en komt dan met een S bocht op de dwarsleiding van de carburateurs uit. Dit slangetje is verdacht. De doorvoer door het schot is mogelijk verdacht. Hier zit normaal een klein stukje rubber dat de slang vrij houdt van de scherpe plaat. Dit stukje is wel (heel) moeilijk te bereiken en te inspecteren. Ik had daar een lek. De rubber slang wordt daar ook heet en was bros geworden. De bus was toen 15 jaar oud.
Bij de T2 is tevens de rubber mof van de tankdop naar de tank verdacht. Ook een moeilijk te inspecteren onderdeel.
Een ander punt voor het ontstaan van ontbranding zijn natuurlijk vonken van elektrische draad. Het woord 'scuffing' van kabels betekent dat door voortdurend wrijven en trillen van een kabel boom de isolatie doorslijt.
Door die oorzaak is waarschijnlijk de DC10 van Swiss Air aan z'n eind gekomen. Ze hadden een elektrische brand en daarna een complete electrical failure. De Kapton (een kunststof) als isolatie kan onder bepaalde omstandigheden bros worden, en daarbij wordt in een vliegtuig ook nog 400 V (en 28 V) gebruikt. Steekwoord: 'Agening aircraft'
Vrijwel alle auto's van 5 jaar of ouder hebben nog PVC als draadmantel. Dit is wel taai maar wordt bros onder lage temperaturen (-25 en zo) Tegenwoordig wordt ook vernet PE gebruikt.
Zelf had ik (ik niet, de T3) scuffing op een draadboom die van de bobine en de DLS naar de motor loopt. De motor tordeert om z'n langs as bij gasgeven en starten ook, en de kabelboom was gaan slijten op de metalen luchtleiplaat van de motor.
Door het beter opbinden van die kabelboom is dat gevaar weer geweken. Het is nu eenmaal zo dat autobouwers de elektrische bedrading niet al te mooi ophangen. Het hangt meestal als spaghetti door elkaar. Pas sinds kort is dat beter geworden.
Uw actie: controleer waar de kabelbomen op metalen delen hangen en kijk met een zaklamp nauwkeurig naar die draad. Doe hetzelfde voor het benzine systeem. Koop een 2 kg poederblusser (goed voor een beginnend brandje) en droom dan niet van een brandende bus. Doe deze klussen in het winterseizoen, zodat u in de lente met vertrouwen op reis kan.
ingezonden reactie:
Ik heb nog een opmerking ivm. het brandgevaar bij benzinemotoren die op gas (lpg) lopen.
Door het constant op gas rijden (dit is normaal > goedkoper) kan de benzineleiding naar de carbu verduren als men dan eens overschakelt op benzine kan dit gaan lekken met brand tot gevolg. M'n vader heeft dit meegemaakt langs de snelweg en met de poederblusser van 2kg begin je echt niet veel. Na navraag hebben ze gezegd dat dit voor 80% de oorzaak was bij branden aan de motor bij auto's op gas.
Wat kun je nu doen, wel eenvoudig, regelmatig eens overschakelen op benzine of anders elk jaar het slangetje van de benzinepomp naar de carbu vervangen. Het is misschien iets onnozel maar als het gebeurt ben je verder van huis en niet iedereen denkt eraan.
Groetjes,
Frank
Gebruik van de koudestart-versneller bij dieselmotoren.
bron: overgenomen uit de originele handleiding voor de Volkswagen Transporter en Caravelle uit 1990.
Aangezien er regelmatig gevraagd wordt hoe de koudestart-versneller bij een dieselmotor gebruikt dient te worden, hebben we de instructies hiervoor uit de originele T3 handleiding overgenomen.
Koudestart-versneller
De koude motor slaat makkelijker aan door een, in de inspuitpomp ingebouwde, koudestart-versneller.
De koudestartversneller wordt ingeschakeld als de trekknop, rechts naast de stuurkolom, geheel wordt uitgetrokken.
Starten van de koude motor
► De trekgreep van de koudestartversneller bij buitentemperaturen t/m -15ºC voor het starten geheel uittrekken.
Alleen bij nog lagere temperaturen dient de trekgreep pas na het begin van het regelmatig ontsteken te worden uitgetrokken - de motor slaat dan soms beter aan.
► De contactsleutel in de tweede stand draaien - het voorgloei-controlelampje gaat branden, het lampje gaat uit, als de ontstekingstemperatuur is bereikt.
Als het controlelampje niet gaat branden, kan er een fout in de voorgloei-installatie zijn - een vakman te hulp roepen.
Zolang er wordt voorgegloeid, mogen geen grote verbruikers zijn ingeschakeld - de accu zou onnodig worden belast.
► Direct na het uitgaan van het controle-lampje de motor starten.
Tijdens het starten geen gas geven.
Als de motor slechts onregelmatig begint te ontsteken, nog enkele seconden verder starten (maximaal 15 seconden), tot de motor op eigen kracht verder draait.
Als de motor niet aanslaat, nogmaals voorgloeien en opnieuw zoals beschreven starten.
Als de motor desomndanks niet aanslaat, kan de smeltzekering van de dieselvoorgloei-installatie zijn doorgebrand.
► De trekknop van de koudestartversneller geheel terugduwen zodra de motor zijn bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
Starten van de bedrijfswarme motor
Het voorgloei-controlelampje gaat niet branden - de motor kan direct worden gestart. Hierbij de trekknop van de koudestartversneller niet uittrekken en geen gas geven.
Waar zit het tankje van de ruitensproeiervloeistof?
Veel nieuwe T3 bezitters zoeken zich suf naar het tankje van de ruitensproeiervloeistof als zij dit bij willen vullen. Nu zit dit bij de T3 ook niet op een voor de handliggende plek weggewerkt.
Het bewuste tankje is te vinden onder de rubber mat in de bestuurderscabine linksonder de pedalen. Til de mat ter plekke op en je ziet de draaidop van het tankje zitten (zie foto).
Volgens de handleiding heeft het tankje een inhoud van ongeveer 3,5 liter. Bij bussen met koplampsproeiers heeft het tankje ongeveer een inhoud van 6,5 liter.

Ontluchten van het koelsysteem.
(bron: Jetzt helfe ich mir selbst band 111 VW Bus Benziner ab oct '82/Diesel/Turbbodiesel)
Benzinemotoren:
Breng de motor op bedrijfstemperatuur. Zet de verwarming van het interieur volledig open en bouw de grille aan de voorzijde uit. Breng de voorzijde van de bus circa 40 cm omhoog (belangrijk!) en draai het ontluchtingsventiel op de radiateur 3 slagen los. Draai het ontluchtingsventiel in de motorruimte los door deze met een schroevedraaier naar links te draaien. Vul het koelvloeistofreservoir tot aan de rand en start de motor. De motor moet nu constant draaien met 2000 toeren per minuut waardoor de koelvloeistof in het leidingsysteem geperst wordt. Je moet dit doen totdat er koelvloeistof, zonder luchtbellen, bij het ontluchtingsventiel op de radiateur uitkomt. Zodra dit gebeurt vul je het koelvloeistofreservoir tot aan de rand, draai je de dop weer op het reservoir en schakel je de motor uit. Nu wacht je circa 20 seconden waarna je de motor opnieuw start en met 2000 toeren per minuut laat draaien. Je haalt nu wederom de dop van het koelvloeistofreservoir en als er nu koelvloeistof zonder belvorming uit het onluchtingsventiel op de radiateur komt draai je dit ventiel weer dicht. Nu draai je ook het ontluchtingsventiel in de motorruimte weer dicht. Vul daarna het koelvloeistofreservoir af en draai hier de dop weer op waarna je de motor uitzet. Vul als laatste het expansievat af met koelvloeistof en kontroleer na korte tijd nogmaals het koelvloeistofniveau.
Dieselmotoren:
Breng de motor op bedrijfstemperatuur. Zet de verwarming van het interieur volledig open en bouw de grille aan de voorzijde uit. Breng de voorzijde van de bus circa 40 cm omhoog (belangrijk!) en draai het ontluchtingsventiel op de radiateur 3 slagen los. Vul het koelvloeistofreservoir tot dit aan de rand blijft staan. Start de motor en laat deze met circa 2500 toeren per minuut draaien totdat de koelvloeistof bellenvrij uit het ontluchtingsventiel op de radiateur komt. Ondertussen koelvloeistof bij blijven vullen. Zodar de koelvloeistof bellenvrij uit het ontluchtingsventiel komt moet jet het ventiel dichtdraaien. Vul nu het koelvloeistofreservoir af, draai de dop erop en zet daarna de motor uit. Vul nu het expansievat af en controller na korte tijd nogmaals het koelvloeistofreservoir.
Ontluchten van de hydraulische koppeling.
auteur: Aad Kortman
De hydraulische koppeling bij de T3 is vrij gemakkelijk te ontluchten. Ga altijd met een partner te werk bij het ontluchten. Draai de bouten los van het linkerachterwiel en krik de auto op. Verwijder het wiel. Je kunt nu bij de cilinder. Haal de nippel eruit en plaats een nieuwe (50 eurocent). Gebruik een beetje kopervet zodat de nippel ook na verloop van tijd gemakkelijk is te verwijderen. Plaats een doorzichtige slang op de nippel en doe de slang in een pot gevuld met remvloeistof die VW voorschrijft. In de meeste gevallen is dit DOT3. Draai de nippel los en laat je partner langzaam de koppeling indrukken. Wanneer het pedaal geheel ingedrukt is draai dan de nippel vast. Laat het pedaal opkomen en herhaal dit totdat er geen lucht meer uit het systeem komt. Bij plaatsing van een nieuwe cilinder is dit ongeveer 15 a 20 keer. Een nieuwe cilinder kost ca. 90 euro.
Roest in de lasnaden behandelen.
De carrosserie van de VW bus is opgebouwd uit meerdere plaatwerkdelen welke aan elkaar gelast zijn waarbij de naden zijn afgewerkt met kit. Helaas blijken deze naden zeer roestgevoelig te zijn en bij de meeste, zo niet alle, VW bussen zit er roest in deze naden.
Aangezien deze roest van binnenuit komt is het al vrij vergevorderd als deze zichtbaar is. De eerste tekenen van roest in de lasnaden zijn scheurtjes of roestblaasjes in de lak ter plaatse van de lasnaden. Om deze roest doeltreffend aan te pakken zal er drastisch te werk gegaan moeten worden. De bestaande kit zal volledig uit de lasnaad verwijderd moeten worden door deze weg te krabben en te snijden. Groffe roest kan worden verwijderd door middel van een staalborstel en/of schuurpapier. Hiermee kan de roest, welke zich dieper in de lasnaad bevindt, niet verwijderd worden. Om deze te verwijderen zal de lasnaad gezandstraald moeten worden totdat de roest geheel verwijderd is en er alleen blank metaal overblijft. Blijkt het plaatwerk nu al doorgeroest te zijn dan zal dit vervangen moeten worden door nieuw plaatwerk. Dit is een specialistich werk dat je aleen uit kunt voeren als je hier ervaring mee hebt. Zijn er nu geen doorroestingen, dan kan de lasnaad na het ontroesten opnieuw afgewerkt worden. Je kunt de lasnaden eerst behandelen met een roestomvormer, waarna je het metaal behandeld met een primer. Na droging van de primer breng je een nieuwe kitlaag aan en lak je de behandelde delen af in de kleur van de bus.
Daar de roest in de naden van binnenuit komt moet je de naden ook aan de binnenkant behandelen, voor zover je daar bij kunt komen.
Intervalstand op de ruitewissers.
Het is vrij eenvoudig om de ruitewissers van de T3 (vanaf modeljaar '86!) van een intervalstand te voorzien indien deze nog niet aanwezig is. Hiervoor moet je relaisnummer 19 uit een Golf 2 nemen. Haal het metalen stripje, dat op de plek van relaisnummer 10 zit, uit de zekeringkast van jouw T3 en plaats hier relaisnummer 19 van de Golf.
Haal nu de plastic kap van de stuurkolom los, en neem het bovenste kapje eraf, zodat je bij de aansluiting van de bedienigshendel kunt komen. Aan de linkerkant van de stuurkolom zul je een klein, wit, plastic palletje zien zitten. Als je dit palletje er nu uitwipt krijgt de bedienigshendel van de ruitewissers er een extra stand, naar beneden, bij. Als je de bedienigshendel nu in deze extra stand zet zul je zien dat de ruitewissers in de intervalstand staan. De ruitewissers zullen nu ook vijf slagen geven als je de ruitesproeier aanzet.
Het is ook mogelijk om een programeerbare intervalstand te creëren. Je moet dan niet relaisnummer 19 nemen, maar relaisnummer 99. Als je relaisnummer 99 gebruikt kun je zelf de tijd instellen tussen het wissen.
Sierringen voor standaard stalen velgen.
Je ziet wel eens T3's rijden met verchroomde wieldoppen die ook nog eens zo'n mooie glimmende sierring op de velg hebben zitten. Deze ringen zijn bij meestal te verkrijgen bij bedrijven die aftermarket producten voor de VW bus leveren.
Als je nu echter gewone zilverkleurige wieldoppen hebt? Ook dan kun je bijpassende sierringen krijgen en wel die van de Golf 3. Dit zijn zilverkleurige sierringen van kuststof en zijn dus ook in 14" verkrijgbaar.
De sierringen op de onderstaande foto hebben als bestelnummer 1HO 601 157 A V7L en kosten bij de dealer ongeveer 18,10 Euro excl. BTW per stuk.

De draadeinden voor de achterwielen zijn te kort voor LM velgen.
Als je nu LM velgen op jouw T3 wilt monteren kan het voorkomen dat de standaard draadeinden op de trommelremmen achter te kort zijn. Om toch LM velgen te kunnen monteren kun je deze draadeinden vervangen door de draadeinden van de T3 16" Syncro welke standaard langer zijn dan die van de gewone T3. De gewone T3 bouten zijn namelijk 35,5mm en die van de 16" Syncro 41mm.
Je kunt ook draadeinden van Porsche nemen welke nog langer zijn dan de bouten van de T3 16" Syncro, maar die zullen waarschijnlijk moeilijker te vinden zijn, en iets meer moeten kosten.
Let wel, je kunt deze draadeinden er niet zo even uitdraaien. Het gaat hier namelijk om inpersbouten en die moeten er uit getikt/geperst worden. Het is dus geen eenvoudig klusje.
Wat te doen met de accu tijdens de winter?
auteur: Theo Postma
Er zijn verschillende methodes om te voor komen, dat de accu leeg is bij aanvang van een nieuw camper seizoen.
Mocht je bij de stalling de beschikking hebben over een aansluiting voor 230 volt, sluit de camper daar op aan en koop een druppellader. Deze zijn voor rond de 20 tot 40 euro te koop, de werking berust op een simpel principe. De accu heeft een lekstroom, deze is klein, en die wordt door de druppel lader weer aangevuld.
Heb je geen aansluiting bij de stalling haal dan de accu eruit en neem hem mee naar huis en sluit de druppellader aan. Door de geringe stroom, hoef je de doppen van de accu er niet af te draaien.
auteur: Theo Postma
Laat, voordat de bus de stalling in gaat, de schoonwater tank leeglopen.
Bij het begin van het kampeer seizoen, maak je de tank en de leidingen schoon met een schoonmaak middel. Dit is in de meeste kampeer winkels te koop. Volg de instructie op wat op het product staat. Nu heb je de beschikking over fris water, zonder bijsmaak.
Vergeet niet de vuilwater tank mee te nemen.
auteur: Theo Postma
Voor het gebruik van stromend water wordt er vaak gebruikt gemaakt van een kraan waar een schakel contact op zit. Dit werkt goed, maar de constructie van dit contact is vaak simpel uitgevoerd. Het is niet in staat om veel stroom te schakelen, en dit gebeurt vaak wel als je een normale pomp gebruikt.
Hoe voorkom je dat je tijdens je vakantie met een uitgevallen pomp komt te zitten?
Met behulp van een relais en een paar draadjes kun je voorkomen dat je schakel contacten door branden van je kraan. Je laat het relais de hoofd stroom schakelen en met het contact van de kraan stuur je de maakcontact van het relais aan. Die heeft maar heel weinig stroom nodig, en dat kan de kraan makkelijk schakelen.
Hoe wordt het aangesloten?
Bedenk dat er een gesloten stroom kring moet komen, bij je kraan zie je twee draden komen. Deze komen in de plus aanvoer. Eén van de twee komt dus aan het relais vast, de ander aansluiting van het relais komt aan massa te liggen. De andere aansluiting van de kraan komt aan de + te liggen.
Nu de pomp, ook hier komen twee draden van de pomp. Er moet een contact komen tussen deze twee draden, en dat gaat het relais voor ons doen. Op het relais staat heel vaak een schakel diagram, bekijk het rustig en je zult zien dat het niet ingewikkeld is om te begrijpen hoe het werkt. Soldeer de draden van de pomp op de maak contacten van het relais. Nu zou het moeten werken!
